Media Technology MSc

Recensie Media Technology project expositie 2007

Review of the Media Technology project exhibition (September 2007) on the cut-up.com platform for media culture, by Renée van der Nat (not associated with the programme). Publication date: 28-9-2007. The original text is available here.

Tussen kunst en wetenschap

Een student blijft een student. Ook al volgt deze een kunstopleiding, is deze op een innovatieve manier bezig met technologie en aan het afstuderen. Dit wordt duidelijk tijdens mijn bezoek aan de semester tentoonstelling van de opleiding Media Technology. Het eerste dat opvalt is de oude bank die bij de ingang van de tentoonstellingsruimte staat. De studenten staan – of eigenlijk zitten – klaar voor de arbeidsmarkt, maar dan wel dan wel op een comfortabel manier. Toch stralen de zeven interactieve installaties professionaliteit uit, zowel op concept niveau als in de uitvoering. Bovendien staan de studenten klaar om de argeloze bezoeker enthousiast een rondleiding te geven. En de meeste zijn terecht trots op hun project.

Drie installaties in het bijzonder springen eruit. Allereerst Wheel of Fortune – Why Spin van Karel van den Aarsen, Marian Maas en David van Paesschen. Op het eerste gezicht lijkt de installatie een simpel rad van fortuin. De gebruiker druk op een knop om het wiel te laten draaien, nogmaals om het wiel weer stil te zetten en een derde keer om de punten te incasseren. Maar dan gebeurt er iets vreemds, want het puntenaantal dat de schijf aanwijst zijn niet de punten die je krijgt. Als de schijf op 1000 stopt krijg je maar 200 punten. Na een beetje experimenteren, komt de gebruiker erachter dat het helemaal niet de bedoeling is om je punten af te laten hangen van kans, maar dat je veel meer punten kunt halen door vals te spelen. Bijvoorbeeld door de draaischijf zelf op het gewenste puntenaantal zetten en hoge punten twee keer incasseren. Hoe meer je uitprobeert, hoe meer punten. Je krijgt bovendien ook een uitslag van je creativiteit, het hoogste wat ik behaal is 65%. Maar als het doel van het spel is om vals te spelen, is het dan nog wel vals spelen? Of zijn het gewoon de regels van het spel? De installatie doet mij voor als een metafoor voor persoonlijk geluk. Het reflecteert op de vraag in hoeverre persoonlijk geluk maakbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan het recent verschenen boek The Secret van Rhoda Byrne, een zelf-help boek over het bereiken van geluk, succes, geld, gezondheid en relaties. Het concept van dit werk is erg goed uitgewerkt en komt ook duidelijk naar voren tijdens het gebruik, maar de afwerking van de fysieke installatie kan beter en professioneler. Zo is de draaischijf gedecoreerd met een combinatie van verf en viltstift en werkt de technologie ook niet altijd evengoed.

De tweede installatie die ik eruit wil lichten is OutRandom: Adressing you most underrated skill van Christina Papakonstantinou. Tiago Borges Coelho en Maarten Wesselius. Het is een spel met drie spelers, ieder gerepresenteerd in verschillende gekleurde ballen. Dit is te zien op een groot projectie scherm. Het doel is om jouw bal zo groot mogelijk te laten worden door in een onwillekeurige sequentie twee knoppen in te drukken. De ballen van de verschillende kleuren zijn tot elkaar aangetrokken en als ze elkaar raken ‘eet’ de grotere bal de kleiner op. Degene die het beste onwillekeurige sequenties kan maken zal uiteindelijk het speelveld overheersen. De installatie werkt erg goed en het is erg vermakelijk om tegen elkaar te strijden. De kunstenaars zijn er in geslaagd om het button-pushing, dat veelal veracht wordt door gamers van vechtspellen te verheffen tot de essentie van gameplay. Innovatief in besturing en goed afgewerkt.

Tot slot nog een meer poëtische installatie: Ceci n’est pas une installation van Alex Reuneker en Simon Windt. De titel van het werk verwijst naar de inspiratiebronnen van de kunstenaars Ceci n’est pas une pipe van René Magritte. En ze slagen er dan ook in om de surrealistische stijl van Magritte’s schilderijen over te brengen door het gebruik van blue en green screen technologie. Op het eerste scherm kan de gebruiker zijn eigen achterkant zien. Je houdt een blue screen voor je hoofd, met het effect dat op het beeldscherm het lijkt alsof je hoofd achterstevoren op je lichaam zit. Wel jammer is dat de gebruiker dit zelf niet ziet omdat deze een plaat voor zijn of haar hoofd heeft. Een leuke toevoeging hierop zou een foto van het geprojecteerde beeld zijn. Op het tweede scherm ziet de gebruiker zichzelf lopen door een bos op het scherm. Je ziet echter niet je hele lichaam, maar alleen het gedeelte dat voor de lens valt. Het lijkt dus alsof je middel uit de grond van het bos komt. Op het laatste scherm onthult de projectie van de gebruiker het verborgen plaatjes achter het schilderij. De installatie functioneert prima en het surrealistische effect komt goed over in een spel van projecties en illusies. De installatie vervormt de aanwezigheid van de menselijke actor in het werk. Dit werk bewijst dat mediakunsten conceptueel en stilistisch net zoveel waarden kan hebben als de oudere kunsten (voor iedereen die hiervan nog niet overtuigd was).

Hierboven heb ik de studenten van Media Technology constant kunstenaars genoemd. Maar bij het bespreken van de werken kan ik er opvallend genoeg niet aan ontkomen om bezoeker en gebruiker door elkaar te gebruiken. Een bezoeker gaat naar een museum en is een toeschouwer van de kunst die daar te zien is. De gebruiker daarentegen maakt onderdeel uit van het werk. Sterke nog: De gebruiker is nodig om het werk compleet te maken. Iets dat vooral duidelijk is in Ceci n’est pas une installation. Bas Haring en Maarten Lamers, docenten van de opleiding en medewerkers aan de faculteit Wiskunde en natuurwetenschappen aan de Universiteit Leiden zijn van mening dat de opleiding autonome wetenschappers produceert, net als een kunstopleiding autonome kunstenaars levert. Ergens tussen kunstenaar en wetenschapper. De studenten wordt geleerd om zowel onderzoek te doen en artikelen te schrijven, als de praktische uitvoering van de concepten.

De opleiding is deel van een trend waarbij steeds meer hybriden ontstaan van kunst, geesteswetenschappen, technologie en natuurwetenschappen. De Hoge School voor de Kunsten in Utrecht heeft zelfs een aparte faculteit Kunst Media en Technologie. Hoewel op de HKU de nadruk meer ligt op innovatief en praktische werken, begeven de opleidingen zich wel in hetzelfde gebied. Een gebied dat weliswaar nog veel onderzoek behoeft. Een gebied dat gaat over technologie in onze dagelijkse leefruimte en welke mogelijke toepassingen hiervoor zijn. Maar dit is niet het eerste waar je aan zult denken na de beschrijving van de werken hierboven. Het heeft meer het karakter van een gadget, speelgoed voor grote mensen. De technologie en het organisme (de mens) zijn beide even belangrijk voor de werking van de installaties, of zoals Katherine N. Hayles het zegt: “The human who inhabits the information-rich environments of contemporary technological societies knows that the dynamic and fluctuating boundaries of her embodied cognitions develop in relation to other cognizing agents embedded throughout the environment, among which the most powerful are intelligent machines” (“Flesh and Metal: Reconfiguring the Mindbody in Virtual Environments” 2002. p.233). De hedendaagse samenleving bestaat niet slecht uit menselijke agents, maar ook uit technologische en beide houden elkaar in stand. De installaties gaan hier echter op een bijna utopische manier mee om. Met uitzondering van Ceci n’est pas une installation blijkt uit de installaties geen kritische reflectie op de gevolgen van de versmelting tussen mens, cultuur en technologie. De installaties gaan uit van een ideale relatie tussen mens en machine, waardoor deze meer het karakter van een interactie-experiment hebben. Ceci n’est pas une installation daarentegen speelt op een interactieve manier met de illusies en verwachtingen van nieuwe technologieën: Aan de ene kant vormt het project een onbegrensde simulatie en creatie, aan de andere kant laat de installatie zien dat het een illusie is.

By: Renée van der Nat